Hoe werk jij het liefst?
Twee soorten vragen. De eerste twaalf gaan over hoe je met werk omgaat en veranderen niets aan je lijst. De laatste twee gaan over je werkdag en bepalen de volgorde erbinnen.
Wat dit deel doet
Deze twaalf gaan over hoe je met werk omgaat, niet over wat je kunt. Ze veranderen niets aan de beroepen die je te zien krijgt. Ze zijn er om je uitkomst te kunnen duiden — met een mens erbij, niet door een model.
0 van de 12 beantwoord
1 · Universalistisch ↔ Particularistisch
Een vaste klant vraagt om een uitzondering op je leveringsvoorwaarden. De voorwaarden gelden voor iedereen gelijk — daar is niet voor niets één regel voor.
Een vaste klant vraagt om een uitzondering op je leveringsvoorwaarden. Deze klant ken je jaren; die relatie verdient een andere afweging dan een naam op een lijst.
links ← → rechts · geen goed of fout
2 · Universalistisch ↔ Particularistisch
Twee medewerkers maken dezelfde fout, de één in een moeilijke periode. Dezelfde fout, dezelfde reactie — anders wordt het willekeur.
Twee medewerkers maken dezelfde fout, de één in een moeilijke periode. Dezelfde fout, andere omstandigheden — dan hoort de reactie ook te verschillen.
links ← → rechts · geen goed of fout
3 · Individualistisch ↔ Communitaristisch
Een project is geslaagd. Benoem wie welk aandeel had — mensen willen gezien worden voor hun eigen werk.
Een project is geslaagd. Vier het als team — het is samen gelukt, en uitsplitsen haalt daar iets vanaf.
links ← → rechts · geen goed of fout
4 · Individualistisch ↔ Communitaristisch
Je werkweek wordt ingedeeld. Ik bepaal dat zelf, ook als het team iets anders zou kiezen.
Je werkweek wordt ingedeeld. Het team kiest samen, ook als die indeling mij minder goed uitkomt.
links ← → rechts · geen goed of fout
5 · Neutraal ↔ Affectief
Een overleg loopt vast en je bent geïrriteerd. Je houdt het binnen en zoekt op de inhoud een uitweg — emotie helpt hier niemand.
Een overleg loopt vast en je bent geïrriteerd. Je laat merken dat het schuurt — anders praat iedereen langs het echte probleem heen.
links ← → rechts · geen goed of fout
6 · Specifiek ↔ Diffuus
Je leidinggevende nodigt het team uit voor een weekend weg. Prima, maar vrije tijd is vrije tijd — werk hoort daar niet vanzelf bij.
Je leidinggevende nodigt het team uit voor een weekend weg. Mooi juist — je leert elkaar pas kennen als je elkaar buiten het werk meemaakt.
links ← → rechts · geen goed of fout
7 · Prestatie ↔ Toeschrijving
Er komt iemand nieuw boven je te staan. Wat gezag geeft, is wat hij of zij aantoonbaar heeft neergezet.
Er komt iemand nieuw boven je te staan. Wat gezag geeft, is dat de mensen die hem of haar hebben aangesteld daar goed over hebben nagedacht.
links ← → rechts · geen goed of fout
8 · Prestatie ↔ Toeschrijving
Een jonge medewerker komt met een beter plan dan het afdelingshoofd. Het beste plan wint, ongeacht wie het bedacht.
Een jonge medewerker komt met een beter plan dan het afdelingshoofd. Ervaring telt mee — wie het vaker heeft meegemaakt ziet dingen die een plan niet laat zien.
links ← → rechts · geen goed of fout
9 · Interne beheersing ↔ Externe beheersing
De markt verandert sneller dan verwacht. Bepalen waar je heen wilt, en de omstandigheden daarnaar zetten.
De markt verandert sneller dan verwacht. Uitvinden welke kant het op beweegt, en daarop meebewegen.
links ← → rechts · geen goed of fout
10 · Interne beheersing ↔ Externe beheersing
Een project loopt tegen. Je kijkt eerst naar wat wíj anders hadden kunnen doen — daar zit de invloed die je hebt.
Een project loopt tegen. Je kijkt eerst naar wat er buiten ons om veranderde — je moet eerst het speelveld goed zien.
links ← → rechts · geen goed of fout
11 · Sequentieel ↔ Synchroon
Er liggen drie dingen tegelijk op je bord. Op volgorde: één afmaken, dan het volgende — anders schiet er niets op.
Er liggen drie dingen tegelijk op je bord. Door elkaar: ze beïnvloeden elkaar toch, dus je houdt ze alle drie in beweging.
links ← → rechts · geen goed of fout
12 · Sequentieel ↔ Synchroon
Een gesprek loopt uit omdat het ergens waardevols raakt. Toch afronden — de volgende afspraak heeft ook recht op zijn tijd.
Een gesprek loopt uit omdat het ergens waardevols raakt. Doorpraten — een agenda is een hulpmiddel, geen doel.
links ← → rechts · geen goed of fout
Wat eruit komt · duiding, geen score
nog niet beantwoord
nog niet beantwoord
nog niet beantwoord
nog niet beantwoord
nog niet beantwoord
nog niet beantwoord
nog niet beantwoord
Deze zeven assen zeggen iets over jou, niet over een beroep. Er bestaat geen verband tussen deze dimensies en de eisen in CompetentNL — dat is twee keer onafhankelijk nagegaan. Ze staan hier om het gesprek over je uitkomst te voeren.
Dit deel rekent wél mee
Twee vragen over je werkdag. Ze zijn van een andere soort dan hierboven: geen twee polen maar een oplopende schaal, want het beroep staat op dezelfde schaal en dan kun je ze naast elkaar leggen.
Dit haalt geen enkel beroep uit je lijst. Het bepaalt alleen de volgorde erbinnen.
Hoeveel onregelmatigheid in je werktijden past bij jou?
Hoeveel drukte en onvoorspelbaarheid wil je in een werkdag?
Een beroep dat méér vraagt dan je wilt botst met een grens; een beroep dat mínder vraagt is een gemiste voorkeur en telt half. Zakken is nooit verdwijnen: hoogstens vijf plekken, en alleen omlaag.